Groen

Vi­sie

Dat de fossiele brandstof gas onmisbaar is voor de terugdringing, op korte en middellange termijn, van het broeikasgas kooldioxide, is op het eerste gezicht paradoxaal. Het lijkt onzinnig om te beweren dat hoe meer aardgas wordt verbrand, hoe kleiner de CO2-emissies zijn. En toch is dat het geval. De verklaring ligt in de eenvoudige moleculaire samenstelling van aardgas (methaan): één koolstofatoom met vier waterstofatomen. De twee andere belangrijke fossiele brandstoffen, kolen en olie, bestaan uit veel langere koolstofketens, met veel meer koolstofatomen. Bij de verbranding komt daardoor ook aanzienlijk meer broeikasgas vrij. Door kolen en olie waar mogelijk en zinvol te vervangen door aardgas dalen de totale emissies als gevolg van energiegebruik dus aanzienlijk.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid staat aan de basis van GasTerra’s energietransitie- en verduurzamingsbeleid. De onderneming stelt daarbij de zorgen die de samenleving op energiegebied heeft en de rol van gas bij de oplossing van het energievraagstuk centraal: voorzieningszekerheid en betaalbaarheid, terugdringen van broeikasgasemissies, verbeteren van luchtkwaliteit. Daarvoor bepleiten we de inzet van diverse middelen: bevordering van hernieuwbare energiebronnen, met name groen gas, technologische innovatie, maximale energiebesparing, bindende emissieplafonds en versterking van de concurrentiepositie van gas.

In dit kader leggen we de nadruk op veelbelovende toepassingen van gas: in de gebouwde omgeving en in de transportsector. Zo vormen de introductie van LNG voor de scheepvaart en het wegtransport, en CNG voor personenauto's significant schonere brandstoffen die sterk vervuilende emissies en CO2 op grote schaal kunnen verminderen. Ook bepleiten we een effectieve hervorming van het Europese emissiehandelssysteem om de nu wankele positie van gas in de centrale elektriciteitsproductie te verbeteren. Daarbij zoeken we zoveel mogelijk dialoog en samenwerking met andere betrokken partijen, zoals de overheid, de politiek, wetenschap en onderwijs, denktanks, NGO’s en bedrijven, waarbij we benadrukken dat we het over de doelen eens zijn: een CO2-neutrale, zekere en betaalbare energievoorziening.

Uitgangspunt blijft onze overtuiging dat het efficiënte grootschalige gebruik van aardgas substantieel bijdraagt aan oplossing van het energie- en klimaatvraagstuk. De toekomst kan dus niet zonder gas. 

Ken­nis de­len

GasTerra vindt het belangrijk om bij stakeholders meer interesse te wekken voor het energievraagstuk. We staan immers voor grote uitdagingen om ook toekomstige generaties van voldoende, duurzaam opgewekte en betaalbare energie te voorzien. Daarom is kennisdeling één van de materiële onderwerpen in dit jaarverslag. We delen kennis via het onderwijs -  van basisschool tot universiteit - en via het publieke debat. De verduurzaming van de energievoorziening, de energietransitie en de rol die aardgas daarin kan vervullen staan daarbij centraal. Zo denken we samen na over de energievoorziening van morgen. 

In het kader van onze slogan Energizing the Future vinden we het belangrijk om kinderen op jonge leeftijd al kennis te laten maken met energie, zodat ze later op basis van hun kennis weloverwogen keuzes kunnen maken. We sluiten hierbij aan op de wens van de overheid om de jeugd bewuster te maken van verduurzaming. GasTerra ziet het belang van de overgang naar een duurzame energievoorziening en initieert hiervoor diverse projecten. In 2014 gaven we 3.1 miljoen euro uit aan energietransitieprojecten.

Energy Academy Europe

Investeren in kennis over energie is een van de speerpunten van GasTerra’s MVO-beleid. Om dit streven naar een hoger plan te tillen, werkte GasTerra als founding partner samen met de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool Groningen en Energy Valley om in 2012 de Energy Academy Europe (EAE) te stichten. Wij dragen actief bij aan de activiteiten van de EAE door gastcolleges te geven, mee te denken over het onderwijsprogramma en stageplaatsen aan te bieden. De EAE wil zich de komende jaren ontwikkelen tot hét internationale instituut voor hoger en postacademisch energieonderwijs. Daarnaast stelt de EAE zich ten doel Nederland en meer specifiek Groningen op de kaart te zetten op het gebied van energietransitie en verduurzaming. De masteropleidingen die de EAE biedt, spelen daarom in op de toekomstige energievoorziening. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan thema’s als zon, wind, gas, biobrandstof, power-to-gas, systeemintegratie, energie-efficiëntie en CO2-emissiereductie. Omdat de energietransitie een benadering vanuit uiteenlopende invalshoeken vraagt, kenmerken de studies zich door hun multidisciplinaire karakter, waarbij verschillende studierichtingen samenwerken aan een betere en slimmere energievoorziening in de toekomst. Kortom, de bijdrage aan EAE is een passende illustratie van de rol die GasTerra zich als vooraanstaand gashandelsbedrijf toedicht: Energizing the future.

Inmiddels hebben ook internationale studenten de weg naar de EAE gevonden om een graad te halen in energiestudies. Momenteel wordt de European Master in Renewable Energy aangeboden. De European Master op het gebied van systeemintegratie en maatschappelijke vraagstukken is in ontwikkeling. Begin 2014 ontvingen de eerste studenten een certificaat. 

In 2014 kreeg de Energy Academy Europe een eigen plek op het Zernike Science Park in Groningen, waar ook verschillende faculteiten van de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen zijn gevestigd. Om de activiteiten van steeds meer studenten, onderzoekers en bedrijven te kunnen huisvesten, wordt de tijdelijke huisvesting in 2015 vervangen door een nieuw gebouw. Het startsein voor deze nieuwbouw werd gegeven op 12 juni 2014. Ook bij het nieuwe onderkomen staat verduurzaming centraal. Het belooft dan ook het duurzaamste onderwijsgebouw van Nederland te worden. 

EnTranCe

EnTranCe (Energie Transitie Centrum) bevindt zich eveneens op het Zernike Science Park. Dit is een zogeheten living lab, een praktische leeromgeving waar onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven onderzoek doen naar de toekomstige energievoorziening. Een plek waar creatieve ideeën en voorstellen op energiegebied worden uitgewerkt tot succesvolle producten of projecten. GasTerra is betrokken bij diverse onderzoeksprojecten van EnTranCe. Sinds de oprichting in 2012 werkt de onderneming hiertoe samen met de EAE, BAM, Gasunie, Imtech en RWE. De achterliggende gedachte is dat met gedeelde innovatie meer bereikt kan worden. 

In 2014 vond een stakeholderevent plaats bij EnTranCe. Politici, externe experts, onderzoekers en ondernemers maakten kennis met de projectteams die zich buigen over energietransitievraagstukken. Ook organiseerde EnTranCe een evenement voor het MKB, waarbij geïnteresseerden in energie en duurzame mobiliteit kennis konden maken met deze energieproeftuin. Voor EnTranCe is het MKB een belangrijke doelgroep: het midden- en kleinbedrijf zorgt voor ruim 70 procent van de innovaties op energiegebied.

Leermodule Energieke basisscholen

Om kinderen spelenderwijs meer te leren over (duurzame) energie en de energietransitie,  ontwikkelde GasTerra in 2014 samen met het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) de leermodule ‘Energieke basisscholen’. Deze leermodule is bedoeld voor leerlingen van groep 5 tot en met 8 en wordt de komende jaren aangeboden aan alle basisscholen in Groningen en Drenthe. Onze bijdrage aan ‘Energieke basisscholen’ bestaat uit financiering, het meedenken over de inhoud en het geven van gastlessen op scholen. 

Door kinderen getest

De leermodule is in nauwe samenwerking met vier basisscholen opgezet en neemt een maand in beslag. Zo verzekeren IVN en GasTerra zich ervan dat de module goed aansluit bij het basisonderwijs. Het staat de scholen vrij om hun eigen invulling te geven aan de leermodule. De komende jaren zullen de lesboxen rouleren over ruim 300 basisscholen, waarbij het doel is om zo’n 10.000 kinderen kennis te laten maken met deze leermodule.

Per gemeente

Begin 2015 is de aftrap van het project. 17 basisscholen in de gemeente Aa en Hunze gaan dan aan de slag met deze leermodule. Elke school ontvangt een lesbox met daarin een handleiding, werkboekjes en proefjes die de kinderen zelf kunnen uitvoeren. De leerkrachten van de basisscholen worden van te voren getraind, waarbij ze leren over de basisprincipes van de energietransitie. 

Energiepodiumdiners

Om de dialoog te bevorderen tussen partijen die een rol spelen in de energiewereld zoals wetenschap, brancheorganisaties, overheid en politiek, milieubeweging en ondernemers, organiseerde GasTerra in 2014 tien ‘energiepodiumdiners’ door het hele land. Tijdens de diners discussiëren de aanwezigen over vooraf gekozen energiethema’s. Het doel hiervan is de kennis over energie te verdiepen en te verbreden en het begrip voor elkaars standpunten te vergroten. GasTerra startte in 2012 met dit initiatief, dat sindsdien een belangrijk deel uitmaakt van onze stakeholderdialoog.

Energiepodium.nl

De diners komen voort uit een eerder initiatief van GasTerra: de onafhankelijke debatsite www.energiepodium.nl. Deze website brengt op journalistieke wijze nieuws, opinie en achtergrondinformatie over de energiewereld. Er zijn vaste columnisten die het vrij staat binnen hun aandachtsgebied onderwerpen te kiezen en standpunten te bepalen. Om de onafhankelijkheid te waarborgen hebben we PACT Public Affairs, een public affairs- en communicatiebureau in Den Haag, gevraagd om de redactie in handen te nemen. De standpunten van de auteurs vertegenwoordigen dan ook niet noodzakelijkerwijs de visie en opvattingen van GasTerra.

Energiepodiumdebat

De derde activiteit die samenhangt met Energiepodium.nl is het Energiepodiumdebat, waar deskundige sprekers in aanwezigheid van publiek met elkaar discussiëren over een energiethema. Tot nu toe zijn vier van deze debatten georganiseerd, drie in Den Haag en een in Brussel. 

In de prak­tijk

Verduurzamen is één van de speerpunten van GasTerra’s beleid. Met verschillende initiatieven en projecten dragen we actief bij aan vergroening van onze energievoorziening. 

Groen gas

Zo geeft GasTerra met diverse contracten invulling aan de ‘Groen Gas Green Deal’, een overeenkomst met de overheid en andere marktpartijen, waar de onderneming in 2011 haar handtekening onder heeft gezet. Hiermee hebben we toegezegd ons in te zetten het volledige volume groen geproduceerd gas te verhandelen dat in Nederland kan worden ingevoed op het netwerk van GTS. Met de inkoop van dit gas draagt GasTerra daarnaast bij aan de vervulling van zijn eigen doelstelling: verantwoorde verduurzaming van onze energievoorziening. Daarbij richt GasTerra zich ook op huishoudens. In dit kader ondersteunde GasTerra in 2014 onder meer projecten op Ameland en in Gelderland. Zo verleent de provincie Gelderland sinds 2014 een subsidie voor de installatie van HRe-ketels op groen gas. Hiermee zorgen inwoners van deze provincie voor een hogere efficiëntie en verduurzaming van het aardgas. In 2014 startte dit project met een campagne, waarbij gestreefd werd naar een uitrol van 1250 HRe-ketels. Echter met 30 ketels heeft dit nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Dit was voor fabrikant Remeha aanleiding om voor 2015 de installatiebranche in Gelderland bij de uitrol van de HRe-ketel te betrekken. Verwacht wordt dat de betrokkenheid van de installatiebranche zal resulteren in een grotere deelname aan de HRe-campagne in Gelderland. 

In 2014 ondertekenden GasTerra en de eco-technologische onderneming Bio Rights een overeenkomst voor de productie en levering van 23 miljoen mduurzaam geproduceerd gas per jaar. Het contract heeft een looptijd van twaalf jaar. Ook bereikten we in 2014 een akkoord met Ecoson, producent van groene energie uit vergisting, over de inkoop van gas dat Ecoson in 2015 en 2016 met zijn groen gasproductie-installatie gaat produceren. Daarnaast hebben we de aflopende contracten met HVC en Greenchoice verlengd voor de komende jaren. 

Milieuplan Industrie

Om onze klanten te helpen bij het efficiënter gebruik maken van aardgas hebben we ook in 2014  het Milieuplan Industrie (MPI) aangeboden. In 2014 maakten zes industriële klanten gebruik van deze mogelijkheid om hun productieproces onder de loep te laten nemen. Technische consultants brachten samen met deze klanten de mogelijkheden in kaart om de energie-efficiency in de bedrijfsprocessen te verbeteren, emissies te reduceren en processen te verduurzamen. Met het MPI verwerkelijken we onze doelstelling om het doelmatig gebruik van gas te bevorderen.

Voor een overzicht van alle projecten op energietransitiegebied, verwijzen we u graag naar onze sectie GasTerra Doet

Footprint GasTerra

Eén van de doelstellingen van GasTerra is het bevorderen van een duurzame bedrijfsvoering.  GasTerra helpt zijn klanten hierbij met het MPI, maar vergeet ook zijn eigen bedrijfsvoering niet. Wij realiseren ons dat onze eigen footprint beperkt is, maar willen desondanks een bijdrage leveren.

Reizen

GasTerra heeft in 2013 een grote stap op dit gebied gezet met de verhuizing naar een nieuw kantoorpand met energielabel A+. Door de centrale ligging van het kantoor, het beperkt aantal parkeerplaatsen en dankzij de nabijheid van het Groningse Centraal Station (CS) komen de meeste medewerkers sindsdien met het openbaar vervoer of de fiets naar het werk. GasTerra stimuleert zijn medewerkers om voor zakelijke reizen gebruik te maken van het openbaar vervoer en heeft hiervoor OV-kaarten aangeschaft. Behalve voor trein, bus, tram en metro kan de medewerker met deze kaart ook gebruik maken van een ov-taxi, ov-fiets en P&R parkeerplaatsen. 

Het Nieuwe Werken raakte in 2014 verder geïntegreerd in het bedrijf. Meer mensen waarderen de voordelen van thuis werken en maken gebruik van deze mogelijkheid. Om ook het zakelijk reizen te verminderen maakt GasTerra geregeld gebruik van een videoconferentiesysteem. 

Energieverbruik

Ook het energieverbruik nam opnieuw af. Bij de aanbesteding van het nieuwe pand stelde de onderneming zich ten doel om het gasverbruik terug te dringen naar 35.000 m3 gas per jaar. GasTerra haalde deze doelstelling in 2014. Het gasverbruik daalde van 38.264 m3 in 2013 naar 16.820 m3 in 2014. Deze daling was deels het gevolg van de zachte winter in 2014, maar daarnaast werden ook verbeteringen aangebracht in het gebouwbeheersysteem. Het kantoor wordt verwarmd door twee gaswarmtepompen die gebruik maken van bodemenergie (Warmte Koude Opslag). Wanneer het kouder is en de warmtepompen niet genoeg capaciteit hebben staan twee HR107 ketels als buffer om de capaciteit te vergroten. Door het beter inregelen hebben de warmtepompen dit jaar meer uren gemaakt en de ketels veel minder. Zo werd onder andere de verlichting beter geregeld, zodat lampen niet meer op ongewenste tijdstippen branden. We verwachten de komende jaren het energieverbruik verder terug te kunnen dringen.

GasTerra heeft de CO2-uitstoot voor vliegreizen en de leaseauto's ook in 2014 gecompenseerd. De Climate Neutral Group compenseert GasTerra's uitstoot door middel van het herbeplanten van bossen. Dit bedrijf voldoet aan strenge kwaliteitseisen en wordt gecontroleerd door onafhankelijke instanties.

  2013 2014
Gasverbruik 38.264 m3 16.820 m3
Elektriciteit 421.573 kWh 346.237 kWh
Waterverbruik 1193 m3 1393 m3
Papierverbruik 50.000 vellen 35.000 vellen

Inkoop

Tot slot kijken we bij alle producten en diensten die we inkopen naar prijs, kwaliteit en inspanningen van de leveranciers op het gebied van duurzaam ondernemen. Op basis van deze drie criteria wordt een keuze uit het aanbod gemaakt. Dit doen we omdat we het belangrijk vinden dat duurzaamheid zich wortelt binnen onze organisatie. We zijn ons bewust van de impact van onze activiteiten op mens en milieu en laten op deze manier zowel intern als extern zien dat we maatschappelijk verantwoord ondernemen serieus nemen. We doen bijvoorbeeld zaken met Atos dat een A-certificering met betrekking tot GRI-richtlijnen heeft en gebruik maakt van zogenaamde green data centers. Daarnaast wordt bij de keuze van een leverancier de voorkeur gegeven aan lokale partners om de Groningse economie te stimuleren.

Interview Jan Paul van Soest

Interview Jan Paul van Soest

Jan Paul van Soest is een van de meest ervaren milieu- en duurzaamheidsdeskundigen in Nederland. Zijn geschiedenis als onderzoeker, adviseur, projectmanager en ondernemer op dit gebied gaat terug tot de jaren zeventig, toen hij gegrepen werd door het Rapport aan de Club van Rome, De grenzen aan de groei. Dit sterkte hem in de overtuiging dat milieuzorg een bittere noodzaak is en bepaalde zijn studiekeuze: milieuhygiëne aan de Universiteit Wageningen. Na zijn afstuderen werkte hij vanaf 1982 in verschillende functies bij CE Delft, waar hij in 2003 als directeur afzwaaide. Daarna begon hij voor zichzelf. Zijn bedrijf, dat hij samen met zijn vrouw Barbara bestiert, maakt deel uit van de coöperatie De Gemeynt, waarin zelfstandige adviseurs, denkers en entrepreneurs, zo meldt de website, ‘zich bezig houden met de wisselwerking tussen economie en ecologie, en met het organiseren van samenwerking tussen sleutelspelers om duurzame oplossingen mogelijk te maken.’ 

Lees het interview

Interview Jan Paul van Soest

We moeten vol inzetten op klimaatbeleid

Jan Paul van Soest

Het rapport aan de Club van Rome, waarin wordt gewaarschuwd voor een snelle uitputting van hulpbronnen, was uw inspiratiebron. Hoe kijkt u er na al die jaren op terug? Het wordt immers door velen bekritiseerd als een overdreven onheilstijding die niet is uitgekomen.

‘De kernboodschap staat nog recht overeind. Die luidt dat we niet kunnen doorgaan op dezelfde manier als voorheen. De analyse klopt in grote lijnen, los van de getallen, ook nog steeds. Het was natuurlijk een andere tijd. In de jaren zeventig lag de nadruk op de eindigheid van grondstoffen. Nu focussen we veel meer op de negatieve effecten van het gebruik. Maar dat maakt niets uit voor de conclusie dat we het roer drastisch om moeten gooien.’

De idealen die u aan het begin van uw actieve loopbaan dreven, zijn dus nog even actueel als toen?

‘Actueler. De urgentie is toegenomen. De thema’s zijn wel veranderd. Die waren in de jaren zeventig en tachtig veel lokaler van aard. We hielden ons bezig met verzuring, smogvorming, watervervuiling, afvalproblematiek. Nu ligt de nadruk vooral op mondiale problemen: de stikstof- en  koolstofcyclus, biodiversiteitsverlies, klimaatverandering door menselijk handelen. In Grenzen aan de groei wordt hier slechts terloops over gesproken.’

Klimaatverandering is momenteel met voorsprong het belangrijkste milieuthema. Gaat dit niet koste van andere issues die misschien wel urgenter zijn, zoals luchtkwaliteit?

‘Dat geloof ik niet. We moeten de urgentie van het klimaatvraagstuk ook niet onderschatten. Dat dit toch gebeurt, heeft met de menselijke geest te maken. Die is bijna niet in staat om toekomstige klimaatverandering als urgent te ervaren. Dat je je nu opofferingen moet getroosten om straks onherstelbare schade te voorkomen, gaat er bij de meesten helaas niet in.’

Veel milieudeskundigen en –activisten waarschuwen dat de wereld een catastrofe te wachten staat als we niet binnen tien, vijftien jaar overschakelen op 100 procent duurzame energie. Europa mikt op 80 procent in 2050. Hoe reëel zijn die ambities?

‘Hernieuwbare energie zou niet de centrale doelstelling moeten zijn. Het gaat om broeikasgasreductie. Je moet je doelen kiezen op basis van het probleem. Ik heb op zich geen moeite met fossiel; ik heb moeite met de effecten van het gebruik. Wat koop ik voor een doelstelling van 80 procent hernieuwbaar als de CO2-emissies toch omhoog gaan, onder meer doordat relatief schone brandstoffen zoals aardgas verdrongen worden door kolen?’

De wereld kampt met meer grote vraagstukken dan klimaatverandering: armoede, honger, epidemieën. Ze hebben met elkaar gemeen dat er veel geld nodig is om ze te bestrijden. Je kunt een euro echter maar één keer uitgeven. Moeten we, als het om urgentie gaat, daarom geen keuzes maken? Eerst het belangrijkste?

‘De stabiliteit van ecosystemen is een absolute voorwaarde voor het leven op aarde. Zonder een leefbare planeet kunnen we al die andere vraagstukken ook niet oplossen. Er is dus een rangorde. We moeten vol inzetten op klimaatbeleid. Bedrijven en consumenten hebben genoeg geld. We hoeven de goede doelen niet tegen elkaar af te wegen. Het gaat om andere keuzes maken. Uitgaven voor het milieu versus uitgaven voor cosmetica, om maar een voorbeeld te noemen.’

Dan hebben we het over levensstijl. Die kun je niet afdwingen.

Nee, maar dat is ook niet mijn bedoeling. Idealiter neem je generieke maatregelen zoals het opleggen van een heffing. Dat werkt dan door in economische keuzes. Maar het blijft aan bedrijven en individuen om die keuzes te maken. Een algemene CO2-heffing vind ik het beste. Maar een handelssysteem zoals het Europese ETS kan ook voldoen, op voorwaarde natuurlijk dat het wordt hervormd. De huidige CO2-prijs is volstrekt onvoldoende om bedrijven de juiste beslissingen te laten nemen. De grootste veranderingen op dit vlak moeten uit de business-to business-markten komen. Ik verwacht eerlijk gezegd niets van de consument. Daar zit niet de drijvende kracht voor verandering. Als dertig jaar milieukunde me iets heeft geleerd, dan is het dat wel.’

Het is waarschijnlijk dat de temperatuur sterker zal stijgen dan de politiek vastgelegde limiet van twee graden. Wordt het niet tijd dat we meer middelen besteden aan adaptatie, het verzachten van de gevolgen van klimaatverandering in plaats van aan het terugdringen van broeikasgasemissies?

‘Adaptatie is uiteindelijk zinloos als je aan de bron niets doet. Maar het is niet of-of maar en-en. Ik maak me er ook zorgen over dat we te weinig doen aan adaptatie. Maar tegen vier graden opwarming is vrijwel geen adaptatiestrategie opgewassen.’

De milieubeweging reageert vaak negatief op argumenten die de haalbaarheid van maatregelen benadrukken. Ze lijken dan de ambitie om iets te bereiken belangrijker te vinden dan de haalbaarheid van een doelstelling. Hoe kijkt u hier tegenaan?

‘Er is niets mis met ambitie. Sterker nog: zonder ambitie verandert er nooit iets. Maar je moet de realiteit heel helder onderscheiden van je ambitie, je visie, je ideaal. Zij die alleen maar over haalbaarheid willen praten, confronteer ik graag met de consequentie daarvan: warming-as-usual. Aan de andere kant wil ik idealisten graag confronteren met de realiteit. Zo kunnen we denken dat de stimulering van elektrisch rijden een succes is. Maar de praktijk is dat er miljarden euro’s belastinggeld is weggegeven aan stekkerauto’s die als ze niet worden opgeladen, alsnog één op elf rijden. Zo’n 1500 euro per ton vermeden CO2; tel uit je verlies.’ 

Het thema van ons jaarverslag is Energizing the future. Dit is GasTerra’s slogan, waarmee we aangeven dat we een belangrijke rol voor gas als transitiebrandstof zien weggelegd. Een goede keuze?

‘Dat ligt eraan hoe je de slogan uitlegt. De claim dat gas de ideale transitiebrandstof is, vind ik in de huidige wereld met haar lage kolenprijzen, lage CO2-prijzen, onmetelijke gasvoorraden en een toenemende zorg over methaanlekkages niet houdbaar. De CO2-prijzen moeten eerst fors omhoog, naar minimaal 50 euro per ton. Daarnaast moet je ook nadenken over wat gas daadwerkelijk kan bijdragen aan CO2-reductie. Laten we dan breder kijken naar gasvormige energiedragers in plaats van naar aardgas sec, dat met name in Europa zijn license to operate heeft zien afkalven. Het gaat te weinig over gas in de breedste zin van het woord, dat wil zeggen over groen gas, waterstof, de flexibiliteit, opslagmogelijkheden van gas, enzovoort. De gasindustrie heeft als innovator veel te bieden. LNG vind ik hier een goed voorbeeld van. Dat kan enorm helpen om de zeer vervuilende scheepvaart schoner ter maken. De inzet van brandstofcellen is een ander sprekend voorbeeld. Dit alles moet dan natuurlijk wel plaatsvinden onder de randvoorwaarde van sterk dalende CO2-emissies.’ 

En Carbon Capture Storage (CCS)? 

‘Dat hoort er zeker bij, sterker: zonder CCS kan de gassector haar claim dat gas de koolstofemissies helpt verminderen op de lange duur niet waarmaken. Hoe meer ik naar alle analyses kijk, hoe beter ik besef dat gas het nu aflegt tegen kolen, dat nota bene twee keer zoveel uitstoot. Gas moet zich daarom sterker afzetten tegen kolen. Niet alleen verbaal in het publieke debat, maar ook door na te denken over incentives om kolen terug te dringen.’

Het klimaatvraagstuk is ongelooflijk complex en lijkt welhaast onoplosbaar. Bent u na al die jaren in de milieusector nog steeds optimistisch over een uiteindelijke oplossing hiervan? 

‘Ik probeer de vraag of ik optimistisch of pessimistisch ben, niet te laten afhangen van wat haalbaar is. Ik doe wat ik doe, omdat ik denk dat het wat in beweging brengt. Optimisme of pessimisme zou je ervan kunnen weerhouden de goede dingen te doen. Hoopvol ben ik wel. Hoop, zei de voormalige Tsjechische president Vaclav Havel, is een kwaliteit van de ziel en niet afhankelijk van wat in de wereld gebeurt. Hij had gelijk. En uiteindelijk viel die muur.’

Wat heeft de wereld meer nodig? Idealisten of pragmatici? 

‘Pragmatische idealisten en idealistische pragmatici.’