Gas­Ter­ra

Voor­woord

Het jaar 2014 was beslist geen 'gewoon' jaar, ook niet voor GasTerra. Nationale en internationale spanningen hebben ons bedrijf op diverse manieren geraakt en ons werk beïnvloed. Nationaal waren dat vooral de aardbevingen die vaker en krachtiger voorkomen. Met alle gevolgen van dien voor de mensen die in het gebied rondom het Groningenveld wonen. Zij lijden onder schade, gevoelens van onzekerheid en angst. Zo heeft de winning van aardgas, dat ons maatschappelijke en economische voordelen brengt, ook een schaduwzijde, waar deze mensen eenzijdig en onevenredig mee worden geconfronteerd. Als bedrijf dat onderdeel uitmaakt van de keten die die schade veroorzaakt, zijn wij ons daar zeer van bewust. Indirect en heel direct: verschillende medewerkers van ons bedrijf wonen zelf in het winningsgebied. Voor ons staat vast dat effectieve maatregelen nodig zijn om de gevoelens van onveiligheid weg te nemen.

Internationaal kwam de verhouding van de EU met Rusland het afgelopen jaar op scherp te staan door de politieke crisis in Oekraïne. Dat raakt ook de gasverkoop, waar politieke en economische belangen van het gas voor zowel Rusland als de EU groot zijn.

In het licht van deze en andere ontwikkelingen markeert het jaarverslag 2014 van GasTerra een omslagpunt. De afgelopen jaren kon ik op deze plek steevast melding maken van hoge omzetten. In 2014 waren echter zowel volume als prijs lager dan in het voorgaande jaar.

Belangrijke oorzaken van de volumedaling zijn de gemiddeld hoge temperatuur en de productiebeperking van het Groningenveld. Naar aanleiding van de aardbevingen nam het kabinet maatregelen. Op 17 januari 2014 maakte minister Kamp van Economische Zaken bekend dat een maximumvolume voor de winning van Groningengas werd ingesteld. Daarnaast werd de productie uit de clusters rond Loppersum, waar zich de hevigste aardbevingen hadden voorgedaan, sterk ingeperkt. In het voorgenomen besluit was sprake van een productieplafond van 42,5 miljard kubieke meter in 2014 en 2015 en 40 miljard kubieke meter in 2016. De winning uit de clusters rond Loppersum mocht in deze periode niet hoger zijn dan drie miljard kubieke meter per jaar. Op 29 januari 2015 liet de minister in een brief aan de Tweede Kamer weten dat de totale winning in het Groningenveld tot maximaal 39,4 miljard kubieke meter in 2015 en 2016 wordt teruggebracht. Op 9 februari 2015 liet de minister in een brief aan de Tweede kamer weten dat de winning in het eerste halfjaar van 2015 zal worden beperkt tot 16,5 miljard kubieke meter. Dit niveau van winning maakt het volgens de minister mogelijk om op 1 juli 2015 zowel tot handhaving van het niveau van 39,4 miljard kubieke meter als tot een verdere reductie tot het niveau van 35 miljard kubieke meter voor het jaar 2015 te besluiten.

Hoewel de producent van het Groningengas, NAM, verantwoordelijk is voor het niet overschrijden van dit productieplafond, speelt ook GasTerra hierin een belangrijke rol. Onze onderneming is immers de exclusieve verkoper van dit gas en betrekt van NAM de gasvolumes die nodig zijn om aan de vraag van onze klanten te voldoen. Tegelijkertijd is de opdracht van onze aandeelhouders – het ministerie van Economische Zaken, EBN, Shell en ExxonMobil - niet veranderd. Onze missie is het maximaliseren van de waarde van het Nederlandse aardgas. Uit hoofde daarvan proberen wij al het gas dat ons wordt aangeboden door NAM en vanuit de kleine velden zo goed mogelijk te verkopen. In 2014 is dat gelukt.

De vraag naar gas daalde in 2014. Dit was een Europees fenomeen en had vooral met de hoge temperaturen te maken. Het was het warmste jaar sinds de start van de metingen. Daarnaast bleef het herstel van een traditioneel voor de gassector belangrijk marktsegment uit: energiebedrijven hebben hun gascentrales op een laag pitje gezet of helemaal afgeschakeld, omdat gas voor hen te duur is in vergelijking met kolen. Bovendien ligt de CO2-prijs, die dit verschil zou kunnen compenseren, nog altijd tientallen euro’s beneden het hiervoor benodigde peil, doordat het Europese emissiehandelssysteem (ETS) met een groot overschot aan uitstootrechten kampt. De hervorming van het ETS, die nodig is om dit probleem op te lossen, laat vooralsnog op zich wachten.

De Europese gasmarkt bevindt zich in een turbulente periode. Het is al vaker gezegd: van de Golden Age of Gas, die het Internationaal Energie Agentschap alweer enkele jaren geleden voorspelde, is in ons deel van de wereld niet veel te merken. Diverse invloeden zijn hier debet aan. Allereerst de mindset. De EU en de meeste van haar lidstaten willen de energievoorziening in een hoog tempo verduurzamen. Dat is zeker van groot belang, maar fossiele brandstoffen zullen niettemin de komende decennia een hoofdrol blijven spelen. Willen we op korte en middellange termijn meters maken in het klimaatbeleid zonder de voorzieningszekerheid op het spel te zetten, dan zullen we gas de belangrijke plaats moeten blijven geven die het in de energiemix toekomt. Aardgas is en blijft immers de schoonste fossiele brandstof; vervanging van met name kolen door gas leidt daardoor direct tot significante CO2-emissiereducties. Door zijn flexibele inzetbaarheid kan gas bovendien goed samenwerken met hernieuwbare bronnen. Voorts laat gas zich ‘vergroenen’. Ten slotte beschikt de aarde over overvloedige voorraden aardgas. In dit jaarverslag bespreken we treffende voorbeelden hiervan, zoals een productinnovatie waarbij gas de partner is van wind.

Vlak voor de zomer werd ik gekozen tot president van Eurogas, dat in Brussel namens een groot aantal energieondernemingen de belangen van de gassector behartigt. In deze rol kom ik van dichtbij in aanraking met tal van Europese plannen en initiatieven die de energiesector in het algemeen en de gassector in het bijzonder vooruit kunnen helpen. Zo is de vorige Europese Commissie in 2014 met zijn Framework 2030 de juiste weg ingeslagen. De nadruk daarin op CO2­-emissiereductie sluit goed aan bij het streven van GasTerra en Eurogas om het klimaatvraagstuk in de kern aan te pakken. Behalve verduurzaming en energiebesparing hoort de juiste positionering van gas daarbij als onmisbare doelstelling. Door het besluit van de Europese Raad om 40 procent CO2-reductie in 2030 centraal te stellen is een heldere koers voor het Europese energiebeleid uitgezet. Ook de door de nieuwe Commissie Juncker omarmde plannen voor een Energy Union kunnen bijdragen aan verbetering van de Europese energiehuishouding. De vijf pijlers van dit initiatief – bevordering van energiezekerheid en solidariteit, voltooiing van de interne energiemarkt, vermindering van de energiebehoefte, het koolstofarmer maken van de energiemix en stimulering van onderzoek en innovatie op energiegebied – bieden tal van aanknopingspunten voor een effectief en slagvaardig energiebeleid en passen goed bij wat wij zelf al voorstaan en doen.

De uitdagingen voor de energiesector zijn enorm. De energie-economie staat voor grote en fundamentele veranderingen. Maar vast staat dat gas daar een belangrijke rol in blijft spelen, nu en in de toekomst. Het motto van GasTerra, Energizing the future, blijft onverminderd van belang. Ik zal mij daar graag het komende jaar weer sterk voor maken. Samen met mijn GasTerra-collega’s, voor wie dit ook spannende tijden zijn. De vermindering van ons verkoopvolume en de veranderende marktomstandigheden dwingen ons kritisch te kijken naar onze kosten en organisatie. We zijn in dat verband in 2014 een veranderingstraject gestart. In zo’n proces ontstaat onvermijdelijk onzekerheid. Dit heeft de bedrijfsresultaten echter niet negatief beïnvloed. Dat maakt mij trots op de GasTerra-medewerkers en zo zie ik ook de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Gertjan Lankhorst, CEO GasTerra

Over Gas­Ter­ra

GasTerra B.V. is een internationaal opererende handelsonderneming in aardgas en is gevestigd aan de Stationsweg 1 in Groningen. De onderneming is werkzaam op de Europese energiemarkt en heeft een belangrijk aandeel in de Nederlandse gasvoorziening. We bieden tevens diensten aan die gerelateerd zijn aan de gashandel. De onderneming heeft meer dan 50 jaar ervaring in de in- en verkoop van aardgas. 

Missie

De missie van GasTerra is het maximaliseren van de waarde van het Nederlandse aardgas. We vervullen een publieke taak met betrekking tot de uitvoering van het kleineveldenbeleid van de Nederlandse overheid. Dit beleid beoogt de productie van aardgas uit de Nederlandse kleine velden te bevorderen.

Visie

De economische waarde en het maatschappelijk belang van aardgas onderstrepen GasTerra’s rol bij de benutting van de binnenlandse gasvoorraad en de energievoorziening in Nederland en de Europese Unie. GasTerra bevordert een veilige en doelmatige inzet van aardgas en is actief in de ontwikkeling van innovatieve toepassingen. We hechten groot belang aan verduurzaming van de energievoorziening en initiëren projecten in dit kader. Gas blijft in deze energietransitie onmisbaar als we zowel de energievoorziening veilig willen stellen, als de emissie van CO2 aan banden willen leggen. Nederland zal nog decennia een belangrijk aardgas producerend land blijven.

GasTerra streeft ernaar de verduurzaming verantwoord – dat wil zeggen met oog voor economische en ecologische belangen – te laten verlopen. GasTerra laat zich leiden door de grondslagen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). De drie grondbeginselen van MVOPeople, Planet, Profit - hebben we vertaald in drie eigen doelgebieden: Gas, Groen en Groningen. Daarbij staat Gas voor de bedrijfsresultaten, Groen voor de ambitie een verantwoorde energietransitie tot stand te brengen en Groningen voor de gemeenschap waar we deel van uitmaken.

Klantgericht, resultaatgericht en verbetergericht zijn de drie kernwaarden van GasTerra. Het zijn deze begrippen die de medewerkers van GasTerra als uitgangspunt nemen voor hun handelen. Daarbij wordt gewerkt conform een gedragscode, waarin integriteit en respect de leidraad vormen. De onderneming streeft naar bestendige relaties met marktpartijen en naar overeenkomsten waarin de waarde van het aardgas en de bijgeleverde diensten tot uiting komen. 

Strategie

De onderneming geeft uitvoering aan haar missie en visie door haar positie in de Europese markt optimaal te benutten, met name in de marktsegmenten waar de vraag naar aardgas gepaard gaat met de vraag naar aanvullende diensten. Daarbij wordt gebruik gemaakt van gas en flexibiliteit uit Nederlandse bronnen. Gas uit andere dan Nederlandse bronnen wordt beperkt ingekocht als dat past in de algehele aanbod- en vraagportfolio. GasTerra ontwikkelt als exponent van een vrije energiemarkt voortdurend nieuwe producten en diensten. We willen in dit kader een betrouwbare en concurrerende gasleverancier voor onze klanten zijn. Daarbij willen we een bijdrage leveren aan het versterken van de positie van aardgas in de energiemix.

Be­richt van de Raad van Com­mis­sa­ris­sen

Vergaderingen

De Raad (met inbegrip van het College van Gedelegeerde Commissarissen) kwam 11 maal in vergadering bijeen, in aanwezigheid van de directie. Hierbij waren, op enkele uitzonderingen na, alle leden van de Raad aanwezig. Bij twee vergaderingen was tevens de Audit Commissie (AC) vertegenwoordigd in de persoon van de voorzitter van deze commissie. De externe accountant was op uitnodiging van de Raad aanwezig in de vergadering waarin de jaarstukken over 2013 werden behandeld.

Aanwezigheid vergaderingen

Aanwezigheid vergaderingen
  Raad van Commissarissen College van Gedelegeerde Commissarissen Audit Commissie
mr. drs. C.W.M. Dessens 2/2 9/9  
drs. D.A. Benschop 2/2 9/9  
ir. J.D Bokhoven 2/2 9/9  
ir. P. Dekker 2/2 N.v.t.  
drs. M.E.P. Dierikx 2/2 8/9  
ir. J.M. Van Roost 2/2 8/9  
ir. F.A.E. Schittecatte (vanaf 15 februari 2014) 1/2 N.v.t.  
drs. A.P.N. van Veldhoven (tot en met 15 februari 2014) 1/2 N.v.t.  
drs. A.J. Boekelman     4/4
T.P.K. Huysinga     4/4
A.J. van der Linden     4/4
drs. B.E. Westgren     4/4

* Het eerste getal  geeft de aanwezigheid weer, het tweede getal is het aantal vergaderingen dat dit jaar heeft plaatsgevonden. 

Strategie en doelstellingen

Met de directie is gesproken over de strategie van de onderneming en de vertaling daarvan naar de doelstellingen voor de komende jaren. De waarde maximalisatie van het Nederlands gas blijft hierin voorop staan en er is geen noodzaak de strategie aan te passen. Tevens is besproken in hoeverre de doelstellingen voor het jaar 2014 zijn gerealiseerd en zijn de doelstellingen voor 2015 vastgesteld. GasTerra blijft zich inzetten voor het onder de aandacht brengen van de rol van aardgas in de transitie naar een volledig duurzame energievoorziening. 

De ontwikkelingen rond het Groninger aardbevingendossier hebben een nadrukkelijke impact op de onderneming. Het op 17 januari 2014 bekend gemaakte conceptbesluit van de minister betreffende de inzetbaarheid van het Groningenveld had geen impact op GasTerra’s strategie, maar beïnvloedde wel de wijze waarop het bedrijf deze strategie gedurende 2014 tot uitvoering kon brengen. Het inventariseren en beheersen van de risico’s voor NAM op overschrijding van de gestelde productielimieten vergde bijzondere aandacht. Dit zal ook in de komende jaren het geval zijn. Op 29 januari 2015 liet de minister in een brief aan de Tweede Kamer weten dat de totale winning in het Groningenveld tot maximaal 39,4 miljard kubieke meter in 2015 en 2016 wordt teruggebracht.

Risicobeheersing

De Raad heeft in 2014 gesproken over de risico's verbonden aan de onderneming en de uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en werking van de interne risicobeheersing- en controlesystemen (document of representation). Ook is aandacht besteed aan de management letter van de externe accountant en is stil gestaan bij de voor GasTerra relevante maatschappelijke aspecten. De Raad concludeert dat GasTerra een stevig control framework heeft, dat dit effectief functioneert en op punten nog verder wordt verbeterd.

Personele aangelegenheden

De Raad van Commissarissen bespreekt jaarlijks met de directie het binnen de organisatie aanwezige opvolgingspotentieel voor invulling van managementfuncties. Hij keurt het beloningsbeleid goed in de vorm van het Cao-mandaat.

De Raad wordt indien van toepassing betrokken bij mutaties met betrekking tot nevenfuncties van directieleden en de overige leden van het managementteam van GasTerra en bespreekt eenmaal per jaar het complete overzicht van deze nevenfuncties. Ook het overzicht van nevenwerkzaamheden van leden van de Raad passeert jaarlijks de revue.

Audit Commissie

De Raad van Commissarissen kent één vaste commissie: de Audit Commissie. Deze houdt toezicht op de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, alle financiële aangelegenheden, de relatie met de externe accountant en de toepassing van de informatie- en communicatietechnologie. De Audit Commissie heeft in één van de Raadsvergaderingen verantwoording afgelegd aan de Raad omtrent de uitgevoerde werkzaamheden.

De Audit Commissie is gedurende het verslagjaar vier keer bijeengekomen.

De samenstelling van de Audit Commissie is in het verslagjaar niet gewijzigd en is ultimo 2014 als volgt:

drs. A.J. Boekelman (Voorzitter)
T.P.K. Huysinga
A.J. van der Linden
drs. B.E. Westgren

Zelfevaluatie

De Raad van Commissarissen heeft in 2014 zijn eigen functioneren besproken en heeft daarbij het in 2013 geconstateerde beeld bevestigd. De bij de evaluatie vastgestelde aanbevelingen worden actief gemonitord en zijn inmiddels voor het merendeel uitgevoerd. De volgende evaluatie zal plaatsvinden in 2015.

De Audit Commissie heeft in 2014 een zelfevaluatie uitgevoerd en ziet er op toe dat de hierbij vastgestelde aanbevelingen worden uitgevoerd.

Contacten met de medewerkers

Op gezette tijden hebben leden van de Raad zich door middel van informele gesprekken met medewerkers op de hoogte gesteld van de gang van zaken. De Raad vergadert, uitzonderingen daargelaten, altijd in het gebouw van de onderneming.

De overlegvergaderingen van de bestuurder met de ondernemingsraad zijn in 2014 door leden van de Raad twee keer bijgewoond. Hierbij kwamen onderwerpen als GasTerra 2018 en het nieuwe aannamebeleid aan bod.

Personalia

Per 15 februari 2014 heeft de heer drs. A.P.N. van Veldhoven wegens het aanvaarden van een andere functie binnen ExxonMobil zijn lidmaatschap van de Raad beëindigd. Hij is opgevolgd door de heer ir. F.A.E. Schittecatte. 

Sinds 1 juni 2013 is er in de bezetting van de Raad een vacature. Naar verwachting zal deze begin 2015 worden ingevuld. 

Jaarrekening

Het advies van de Raad van Commissarissen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, te houden op 12 februari 2015 te Groningen, luidt als volgt:

Wij hebben kennis genomen van de door de Chief Executive Officer conform artikel 23 van de Statuten opgemaakte jaarrekening 2014. Wij kunnen ons met deze jaarrekening verenigen en adviseren:

  • de netto winst over 2014 ad € 36 miljoen geheel te bestemmen voor uitkering aan aandeelhouders;
  • de jaarrekening 2014 ongewijzigd vast te stellen.

De Raad van Commissarissen stelt het op prijs zijn waardering uit te drukken voor de in 2014 geleverde prestaties en is erkentelijk voor de wijze waarop directie en medewerkers zich in het boekjaar hebben ingezet voor de doelstellingen van de onderneming en voor de resultaten die zijn behaald. De Raad wenst allen die bij GasTerra werkzaam zijn succes bij het behalen van de doelstellingen voor 2015.

De Raad van Commissarissen, 

mr. drs. C.W.M. Dessens, Voorzitter
drs. D.A. Benschop
ir. J.D. Bokhoven
ir. P. Dekker
drs. M.E.P. Dierikx
ir. J.M. Van Roost
ir. F.A.E. Schittecatte.

Gover­nan­ce

GasTerra B.V. is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met statutaire zetel in Groningen. De onderneming is op 1 juli 2005 opgericht toen de N.V. Nederlandse Gasunie juridisch gesplitst werd in een transportbedrijf en een handelsonderneming. Daarbij bleven de gasinfrastructuur (de gasleidingen) en alle aan gastransport gerelateerde activiteiten achter bij Gasunie, terwijl het nieuwgevormde GasTerra alle gashandelsactiviteiten voortzette. 

Het maatschappelijk aandelenkapitaal van GasTerra B.V. bedraagt 180 miljoen euro, verdeeld in 40.000 aandelen van elk 4.500 euro. Alle aandelen zijn geplaatst, volgestort, op naam gesteld en kunnen alleen worden overgedragen met unanieme goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De aandelen worden gehouden door de Staat (10 procent), EBN B.V. (40 procent), Shell Nederland B.V. (25 procent) en Esso Nederland B.V. (25 procent). Er worden geen certificaten op aandelen uitgegeven.    

GasTerra is geen beursgenoteerde vennootschap, waardoor de Corporate Governance Code niet van toepassing is op de organisatie. GasTerra richt zich echter waar mogelijk en relevant naar principes van de Code en neemt de best practice-bepalingen daarbij als leidraad. In dit hoofdstuk rapporteren wij over de passende principes van de Code.

Ten aanzien van de principes en bepalingen die onder taak en werkwijze van het bestuur zijn opgenomen, geldt dat deze in hoofdzaak worden toegepast. Het instrumentarium dat het bestuur daarvoor hanteert, bestaat met name uit het jaarlijkse activiteitenplan, de begroting, maand- en kwartaalrapportages en de op de organisatie toegesneden Business Risico Analyse (BRA). Hierin staat onder meer de opzet en werking van het risicomanagement bij GasTerra beschreven (zie ook de paragraaf ‘Risicomanagement', waarin een beschrijving van de belangrijkste risico's is opgenomen). Het risicomanagement is neergelegd bij het lijnmanagement. Over de uitvoering wordt gerapporteerd aan de Directie. Via de BRA rapporteert de Directie minstens één maal per jaar aan de Audit Commissie. De externe accountant toetst de naleving van dit systeem voor zover relevant in het kader van de controle van de jaarrekening.

Het bestuur van GasTerra bestaat uit één statutair directeur, benoemd op voordracht van de Raad van Commissarissen, goedgekeurd door de minister van Economische Zaken. De statutair directeur is voor onbepaalde tijd aangesteld. Naast de statutair directeur bestaat de directie uit drie directeuren / algemeen procuratiehouders: de financieel directeur, de commercieel directeur en de directeur strategie en optimalisatie. De bezoldiging van de statutair directeur wordt vastgesteld door de Raad van Commissarissen en kent naast een vaste beloning ook een variabel deel dat afhankelijk is van de prestaties van de organisatie. De Raad van Commissarissen beslist of en tot welk bedrag de statutair directeur voor een variabele beloning in aanmerking komt. De omvang van de variabele vergoeding bedraagt maximaal 30 procent van het vaste salaris. De hoogte van de bezoldiging van de statutair directeur is elders in de jaarrekening vermeld. Ten aanzien van de statutair directeur worden de bepalingen met betrekking tot het maximaal aantal toegestane commissariaten uit de Wet Bestuur en Toezicht nageleefd.

Toezicht op het bestuur van GasTerra wordt uitgeoefend door de Raad van Commissarissen. De Raad van Commissarissen bestaat uit acht personen, waarvan één positie op dit moment vacant is. Eén lid is rechtstreeks benoemd door de minister van Economische Zaken, de overige leden zijn door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd op voordracht van de individuele aandeelhouders. Het aantal commissariaten van één persoon is zodanig beperkt dat een goede taakvervulling gewaarborgd is. De Raad heeft zijn eigen secretaris aangesteld, die waar nodig ondersteund wordt door de secretaris van de vennootschap.

Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet Bestuur en Toezicht van kracht. In deze wet is onder andere een bepaling opgenomen omtrent de evenwichtige verdeling van zetels in het bestuur en de Raad van Commissarissen. De huidige zetelverdeling van de vennootschap voldoet niet aan deze bepaling. In het verslagjaar bestond er één vacature in de Raad van Commissarissen. Ten tijde van het verschijnen van dit jaarverslag was nog geen invulling gegeven aan deze vacature.

De taak en werkwijze van de Raad van Commissarissen zijn conform de Code vastgelegd in een eigen reglement. In het jaarverslag verschijnt standaard een bericht van de Raad van Commissarissen. Een (verkorte) profielschets van de leden van de Raad is in het jaarverslag opgenomen. De bepalingen inzake het toezicht van de Raad op het bestuur worden geëffectueerd in de reguliere raadsvergaderingen. Verder bespreekt de Raad minstens eenmaal per jaar buiten aanwezigheid van de Directie zowel zijn eigen functioneren (en gewenste competenties) als dat van de individuele commissarissen en de Directie.

Statutair is bepaald dat belangrijke beslissingen van GasTerra moeten worden goedgekeurd door de Raad van Commissarissen of door het College van Gedelegeerde Commissarissen. Het College van Gedelegeerde Commissarissen is een statutair orgaan van de vennootschap. Dit College wordt door de Raad van Commissarissen uit zijn midden aangewezen en bestaat uit vijf commissarissen, waaronder de commissaris die door de minister van Economische Zaken is benoemd.

De Raad van Commissarissen heeft een Audit Commissie ingesteld. De Audit Commissie is een niet-statutair orgaan dat bestaat uit vier door de Raad van Commissarissen benoemde leden. De Raad respectievelijk het College van Gedelegeerde Commissarissen kan aangelegenheden voor behandeling doorverwijzen naar de Audit Commissie. De Audit Commissie adviseert de Raad dan wel het College van Gedelegeerde Commissarissen gevraagd dan wel ongevraagd omtrent de onderwerpen uit het takenpakket van de Audit Commissie en bereidt de besluitvorming van de Raad daaromtrent voor. De Audit Commissie vergadert in de regel viermaal per jaar, zo ook in 2014.

De taak en werkwijze van de Audit Commissie zijn vastgelegd in een reglement dat in hoofdzaak de in de Code vermelde best practice-bepalingen volgt. Zo behoren tot de taken van de Audit Commissie het uitoefenen van toezicht ten aanzien van de financiering van de vennootschap, de operationele uitgaven en kapitaalinvesteringen in relatie tot de geaccordeerde budgetten, de financiële informatieverschaffing, de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, de naleving van aanbevelingen en opvolging van opmerkingen van interne en externe accountants, de rol en functioneren van de interne auditafdeling, het onderhouden van de relatie met de externe accountant, en de werking van de informatie- en communicatietechnologie. Onderwerpen die bij het laatste onderwerp in het bijzonder aan de orde komen, zijn de onafhankelijkheid van de accountant, de bezoldiging en het eventuele verrichten van niet aan controle gerelateerde werkzaamheden.

De (systematiek van de) bezoldiging van de commissarissen is door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVvA) goedgekeurd. In de jaarrekening wordt het totale bezoldigingsbedrag van de Raad vermeld.

Betreffende de bevoegdheden van de Aandeelhouders is statutair bepaald dat besluiten van Aandeelhouders slechts genomen kunnen worden met een meerderheid van drie vierde van de uitgebrachte stemmen. Voor een aantal besluiten, met name overdracht van aandelen, schorsing of ontslag van de statutair bestuurder, statutenwijziging en ontbinding van de vennootschap, is unanimiteit vereist.

Inzake informatieverschaffing aan de aandeelhouders en de mogelijke invloed op de koers van het aandeel, dient vermeld te worden dat het 'aandeel GasTerra' niet op de financiële markten wordt verhandeld.

Ten aanzien van de financiële verslaglegging houdt de Raad van Commissarissen, het College van Gedelegeerde Commissarissen en de Audit Commissie meerdere malen per jaar (in de reguliere vergaderingen) toezicht op het volgen van de interne procedures die verband houden met het opstellen en de publicatie van het jaarverslag, de jaarrekening en de kwartaalrapportage.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemt de externe accountant. De externe accountant wordt in de Audit Commissie standaard bevraagd over zijn verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. Voorts wordt door de Directie en de Raad van Commissarissen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders over de onafhankelijkheid van de externe accountant gerapporteerd en wordt een voordracht tot benoeming van een externe accountant uitgebracht. Hiertoe beoordelen directie en Raad van Commissarissen periodiek, doch ten minste één maal in de vier jaar, het functioneren van de externe accountant. KPMG is aangesteld voor de controle tot en met het verslagjaar 2014. Vanaf 2015 is EY (Ernst & Young) GasTerra’s accountant. 

Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening wordt de externe accountant betrokken bij het werkplan Internal Audits. Bevindingen aangaande de internal audit functie worden waar nodig opgenomen in de Management Letter van de externe accountant. De Management Letter wordt besproken tijdens een vergadering van de Raad van Commissarissen. De externe accountant rapporteert datgene wat hij met betrekking tot zijn controle van de jaarrekening en de daaraan gerelateerde controles onder de aandacht van de directie en de Raad van Commissarissen wil brengen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de bepalingen behorende bij het principe in de Code betreffende de relatie en communicatie van de externe accountant met de organen van de vennootschap.

MVO en governance

MVO is bij GasTerra een integraal onderdeel van de strategie en daarmee verankerd in de dagelijkse bedrijfsvoering. Sinds 2013 neemt GasTerra de MVO-matrix en de bijbehorende doelstellingen en activiteiten op in het Business Plan, dat wordt goedgekeurd door de Raad van Commissarissen; het hoogst verantwoordelijke bestuurslichaam. Het monitoren van de voortgang wordt in de reguliere rapportagecyclus meegenomen. De kwartaalrapportages worden besproken in het College van Gedelegeerde Commissarissen, de Adviescommissie van Aandeelhouders en in de Audit Commissie.

Be­stuurs­ge­gevens

Managementteam GasTerra
Managementteam GasTerra

Raad van Commissarissen per einde 2014

mr. drs. C.W.M. Dessens, Voorzitter*
drs. D.A. Benschop*
ir. J.D. Bokhoven*
ir. P. Dekker
drs. M.E.P. Dierikx*
ir. J.M. Van Roost*
ir. F.A.E. Schittecatte

* tevens lid van het College van Gedelegeerde Commissarissen

Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet Bestuur en Toezicht van kracht. In de Wet Bestuur en Toezicht is onder meer een bepaling opgenomen omtrent de evenwichtige verdeling van zetels in het bestuur en Raad van Commissarissen tussen mannen en vrouwen. De huidige zetelverdeling van de vennootschap voldoet niet aan deze bepaling. In het verslagjaar was er één vacature in de  Raad van Commissarissen. Ten tijde van het verschijnen van dit jaarverslag was er nog geen invulling gegeven aan deze vacature. 

Het verslag van de Raad van Commissarissen vindt u hier. Een overzicht van de nevenfuncties van de directieleden en de hoofd- en nevenfuncties van de leden van de Raad van Commissarissen vindt u hier.

Ondernemingsraad per einde 2014

dhr. R.A. Slob (Voorzitter)
mw. Z.D. Mulder-Wilts
dhr. E.T.O. Medas (Voorzitter Commissie SOAP)
dhr. A.H. Wijsbeek
mw. L. Beekman
dhr. W.C.A. Braat
mw. J. Schriemer (Ambtelijk secretaris)

Per­so­neel & Or­ga­ni­sa­tie

Onze slogan Energizing the future is ook van toepassing op GasTerra’s personeelsbeleid. We hechten veel waarde aan loopbaanontwikkeling, detachering, stageplekken, traineeships en werkervaringsplekken. Met het oog op de ontwikkelingen in de gasmarkt vindt GasTerra het belangrijk om het personeelsbestand flexibel te houden. De gasvolumes zullen in de toekomst dalen en de marktomstandigheden veranderen waardoor de omvang van het personeelsbestand kan afnemen. Om die reden is het reorganisatieproject ‘GasTerra 2018’ gestart. We willen hiermee de organisatie in staat stellen de waarde van het Nederlandse aardgas te blijven maximaliseren. De thema’s strategie, efficiency, organisatie en personeel staan daarbij centraal. De uitkomsten van dit project worden in 2015 verwacht.

Formatie en bezetting

Om de flexibiliteit te waarborgen nemen we sinds 2014 alleen nog nieuwe medewerkers aan via het zogeheten ‘payrollingsysteem’. Dit houdt in dat het personeel in dienst komt van een payrollbedrijf. Per 31 december 2014 werkten er 194 mensen bij GasTerra (178,6 fte), onderverdeeld in 54 vrouwen en 140 mannen. 187 medewerkers waren in vaste dienst, 7 collega’s hadden een contract voor bepaalde tijd. 

Managementteam

GasTerra’s managementteam bleef in 2014 ongewijzigd. Het team bestaat uit vier directeuren, onder wie de CEO, en daarnaast zijn er vier stafhoofden.

Middenmanagementteam

Ook binnen het middenmanagementteam vond geen verandering plaats. Het team bestaat uit 21 personen.

Stageplaatsen en werkervaringsplekken

We vinden het belangrijk om stageplaatsen en werkervaringsplekken aan te bieden. Enerzijds omdat we studenten of net afgestudeerden hiermee de kans geven om werkervaring op te doen en anderzijds, omdat zij met hun frisse blik nieuwe kennis in de organisatie kunnen inbrengen. Deze studenten worden vooral lokaal geworven, en dan met name via de Energy Academy Europe, de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen.  

In 2014 kregen twee pas afgestudeerden via netwerkorganisatie Noorderlink een werkervaringsplek bij GasTerra. Noorderlink bestaat uit de 30 grootste werkgevers in Noord-Nederland en biedt in samenwerking met bedrijven werkervaringsplaatsen aan. Daarbij richt deze organisatie zich speciaal op jonge mensen die net zijn afgestudeerd maar geen baan kunnen vinden. Op deze manier biedt GasTerra mensen werkervaring en daarmee betere mogelijkheden op de arbeidsmarkt. We zijn van plan deze werkervaringsplekken in 2015 te continueren. 

Traineeship

Daarnaast verwelkomden we in het studiejaar 2013-2014 voor het eerst een trainee van de Energy Academy Europe. De trainee was gedetacheerd in het kader van het Hanze Traineeship Duurzame Energie. Dit programma geeft studenten de kans zich verder te bekwamen in een onderwerp dat aansluit bij hun studie. Voor GasTerra boog de trainee zich in samenwerking met ECN over een biogasproject, waarbij hij onderzoek deed naar de ontwikkeling van de flexibiliteit op de gasmarkt na 2020 en de mogelijkheden om biogasproductie in te zetten. Voor zowel GasTerra als de student is dit type traineeship voordelig. De student is de perfecte schakel tussen het bedrijf en het onderwijs doordat hij of zij nieuwe kennis en inzichten kan inbrengen en opdoen.  

Opleiding en loopbaanontwikkeling

Voor medewerkers organiseerde GasTerra in 2014 de workshops ‘Werken vanuit je talent’. In verschillende sessies werden medewerkers gestimuleerd om na te denken over hun talenten en loopbaan. Zo willen we onze medewerkers motiveren om op dit vlak meer eigen verantwoordelijkheid te nemen. Ten slotte besteedde de onderneming in 2014 opnieuw volop aandacht aan reguliere functie- en loopbaangerichte scholing. 

Roulatie

GasTerra groeit niet meer in aantal arbeidsplaatsen en heeft een lage uitstroom. Doorstroming van het personeel is hierdoor niet vanzelfsprekend. Daarom kreeg detachering in 2014 een nog belangrijkere rol. GasTerra moedigt zijn medewerkers aan ervaring op te doen bij andere bedrijven. We bieden medewerkers daarbij de mogelijkheid om een of twee jaar bij een bedrijf in de energiesector te werken. Zo vonden in 2014 zeven medewerkers een functie bij Gasunie, NAM, ExxonMobil, het Energy Delta Institute (EDI) en de International Energy Agency (IEA). 

Cao en pensioen

Het personeel van GasTerra is actief betrokken bij de bedrijfsvakbond VPG2. De organisatiegraad ligt boven de 80 procent. 168 mensen vielen in 2014 onder de Cao. Op 1 januari 2015 liep deze Cao af. De nieuwe onderhandelingen zijn eind 2014 van start gegaan. De belangrijkste onderwerpen die in de onderhandelingen aan de orde komen, zijn de werkkostenregeling en de noodzakelijke aanpassingen in de nieuwe pensioenregeling. Op 1 januari 2014 werden deze onderdeel van de Cao. GasTerra stapte over van een eindloonregeling naar een geïndexeerde middelloonregeling. 

Veiligheid en gezondheid

In 2014 vond geen enkel bedrijfsongeval plaats. Het ziekteverzuim was vergelijkbaar met voorgaande jaren, namelijk 2,1 procent.  

GasTerra’s ARBO-beleid benoemt de volgende risico’s: verkeer, stress, RSI en kleine ongevallen. Om medewerkers bewust te maken van deze risico’s zijn in 2014 presentaties gegeven, berichten op het intranet geplaatst en is een training brandpreventie en blusmiddelen georganiseerd. Ten slotte vonden in 2014 twee ontruimingsoefeningen plaats.

Bezwaren, klachten en misstanden

GasTerra heeft vertrouwenspersonen aangesteld en beschikt over een klachtenprocedure en een klokkenluidersregeling. Wanneer medewerkers bezwaren of klachten hebben of misstanden constateren waarvoor de oplossing niet kan worden gevonden bij collega's en leidinggevenden, kunnen ze hier gebruik van maken. We hebben deze opties in 2014 opnieuw onder de aandacht gebracht. In 2014 zijn geen misstanden of gevallen van discriminatie gemeld, heeft niemand een klacht ingediend bij de klachtencommissie en is geen gebruik gemaakt van de klokkenluidersregeling.

Sa­men­s­tel­ling Raad van Com­mis­sa­ris­sen Gas­Ter­ra

De Raad van Commissarissen houdt toezicht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken bij GasTerra. De Raad van Commissarissen bestaat uit acht leden waarvan één lid wordt benoemd door de minister van Economische Zaken. De Raad benoemt uit zijn midden een voorzitter; de Minister van Economische Zaken moet deze benoeming goedkeuren. 

De Raad van Commissarissen wijst uit zijn midden een College van Gedelegeerde Commissarissen aan, dat uit vijf leden bestaat, waarvan één lid een door de minister van Economische Zaken benoemde commissaris is. De Raad kan zijn bevoegdheden delegeren aan het College, voor zover deze delegatie geen inbreuk maakt op taak en bevoegdheden van de Raad van Commissarissen. 

Statutair is vastgesteld dat jaarlijks in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders twee leden van de Raad van Commissarissen aftreden, volgens een door loting vast te stellen rooster. De raadsleden die aftreden zijn terstond herkiesbaar of herbenoembaar. Opvolgende leden van de Raad van Commissarissen nemen op het rooster de plaats van hun voorgangers in. 

Raad van Commissarissen GasTerra

Naam Bestuurstermijn Bevoegdheid Datum van benoeming
mr. drs. C.W.M. Dessens Herkiesbaar in 2017 Gedelegeerd Commissaris 1 januari 2006
drs. D.A. Benschop Herkiesbaar in 2016 Gedelegeerd Commissaris 1 mei 2011
ir. J.D. Bokhoven Herkiesbaar in 2015 Gedelegeerd Commissaris 1 november 2007
ir. P. Dekker Herkiesbaar in 2017 Lid Raad van Commissarissen 1 juli 2005
drs. M.E.P. Dierikx Herkiesbaar in 2018 Gedelegeerd Commissaris 2 juli 2011
ir. J.M. Van Roost Herkiesbaar in 2018 Gedelegeerd Commissaris 1 juli 2005
ir. F.A.E. Schittecatte Herkiesbaar in 2015 Lid Raad van Commissarissen 15 februari 2014

Eén commissariszetel is op dit moment vacant.

mr. drs. C.W.M. Dessens

Stan Dessens is geboren op 30 oktober 1947 in Vlaardingen. Hij is voorzitter van de Raad van Commissarissen en het College van Gelegeerde Commissarissen. Vanaf 1974 werkte hij op het ministerie van Economische Zaken, bij het directoraat-generaal voor Industrie en voor Energie. Van 1988 tot 1999 was hij directeur-generaal Energie. In 1999 werd hij benoemd tot directeur-generaal Rechtshandhaving bij het ministerie van Justitie. Sinds 2005 is hij zelfstandig werkzaam. De heer Dessens heeft diverse bestuursfuncties, waaronder voorzitter van de stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit, bestuurslid van de stichting Meld Misdaad Anoniem en voorzitter van de Executive Board van het CaTO (CO2 Afvang Transport en Opslag)project. 

Opleiding 

Universiteit Leiden, Natuurkunde (afgestudeerd in 1972) en Rechten (afgestudeerd in 1974) 

drs. D.A. Benschop

Dick Benschop is geboren op 5 november 1957 in Driebergen. Hij is Gedelegeerd Commissaris van GasTerra. Hij heeft in verschillende functies in de Tweede Kamer en de PvdA gewerkt. In 1994 richtte hij zijn eigen consultancy onderneming op. Tussen 1998 en 2002 keerde hij terug naar de politiek als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in het tweede kabinet-Kok. 

In 2003 trad hij in dienst bij Shell in het Europese gasbedrijf Shell Energy Europe. Hij verhuisde begin 2006 naar Kuala Lumpur waar hij leiding gaf aan de Gas & Power business (LNG en GTL) in Maleisië. In 2009 werd hij Vice-President Strategy voor de Royal Dutch Shell Group. Per 1 mei 2011 is hij President-directeur van Shell Nederland en Vice-President Global Gas Market Development.

Opleiding

Vrije Universiteit Amsterdam, Geschiedenis (afgestudeerd in 1984)

ir. J.D. Bokhoven

Jan Dirk Bokhoven is geboren op 4 maart 1957 in Rotterdam. Hij is Gedelegeerd Commissaris van GasTerra. Vanaf 1982 tot en met 2001 bekleedde hij diverse functies bij onder andere Conoco, Veba en Clyde. In 2001 trad hij in dienst bij EBN als Technical Manager. Vanaf 2007 is hij Directievoorzitter van EBN en eindverantwoordelijk voor alle activiteiten van EBN. 

Opleiding

Technische Universiteit Delft, Petroleumwinning (afgestudeerd in 1983)

ir. P. Dekker

Pieter Dekker is geboren op 16 juli 1950 in Wassenaar. Hij is lid van de Raad van Commissarissen van GasTerra. Vanaf 1977 bekleedde hij diverse functies binnen Shells aardgasorganisatie, onder andere in Londen en Calgary. In 1997 kwam hij terug naar Nederland en werd hij verantwoordelijk voor Shells participatie in het Nederlandse Gasgebouw, met name voor de aardgasverkoopactiviteiten. Hij is eveneens lid van de Raad van Commissarissen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en verantwoordelijk voor Shells participatie in het offshore windenergieproject NoordzeeWind in Nederland. 

Opleiding

Technische Universiteit Delft, Technische Natuurkunde (afgestudeerd in 1975)

drs. M.E.P. Dierikx

Mark Dierikx is geboren op 5 juni 1953 in Vlissingen. Hij is Gedelegeerd Commissaris van GasTerra. Na zijn studie was hij enkele jaren werkzaam bij Esso Chemie in de marketing. 

Daarna koos hij voor een carrière bij het Ministerie van Economische Zaken. Hier was hij aanvankelijk actief op het terrein van het Nederlands industrie en technologiebeleid, vanaf 1992 op het terrein van Buitenlandse Economische Betrekkingen en vanaf 1994 in de functie van directeur Economische Samenwerking en Exportbeleid. In 1996 maakte hij de overstap naar het ministerie van Buitenlandse Zaken als directeur Azië en Oceanië, tevens plaatsvervangend Directeur Generaal Regio- en landenbeleid, om in 2000 weer terug te keren bij het ministerie van Economische Zaken als vrijgestelde plaatsvervangend Directeur Generaal Buitenlandse Economische betrekkingen. Vanaf 2004 werkte de heer Dierikx bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat als Directeur Generaal Water. Van 1 januari 2008 tot 1 juli 2011 was hij Directeur Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken. Per 1 juli 2011 is de heer Dierikx benoemd tot Directeur Generaal Energie, Telecom en Mededinging bij het Ministerie van Economische Zaken. 

Opleiding

Vrije Universiteit Amsterdam, Organische Scheikunde, met bijvakken biochemie en economie (afgestudeerd in 1979) 

ir. J.M. Van Roost

Joost Van Roost is geboren op 13 april 1955 in Leuven. Hij is Gedelegeerd Commissaris van GasTerra. Vanaf 1979 bekleedde hij verschillende functies binnen ExxonMobil. Sinds 1998 was hij Upstream Directeur van ExxonMobil Benelux. Na het samensmelten van Exxon met Mobil werd hij president van ExxonMobil Benelux in 2000. Daarnaast is hij directeur aardgas en CEO van Esso Nederland BV en CEO van ExxonMobil Petroleum & Chemicals BVBA.

Opleiding

Katholieke Universiteit Leuven, elektronisch werktuigbouwkundig ingenieur (1977), University of Michigan, M.Sc. in Nuclear Engineering (1978), Katholieke Universiteit Leuven, MBA (1983)

ir. F.A.E. Schittecatte

Filip Schittecatte is geboren op 26 januari 1978 in Oudenaarde. Hij is lid van de Raad van Commissarissen van GasTerra. Vanaf 2001 bekleedde bij diverse functies bij ExxonMobil, zowel in Upstream als Downstream, onder andere in Londen. In zijn huidige functie als Gas Marketing Manager vertegenwoordigt hij ExxonMobil in het Nederlandse Gasgebouw. 

Opleiding 

Universiteit Gent, elektrotechnisch werktuigbouwkundig ingenieur (2001), Vlerick Leuven-Gent Management School, MBA (2011) 

Sta­ke­hol­der­ana­ly­se

GasTerra is een aardgashandelaar. Daarmee zijn we onderdeel van de gaswaardeketen, die loopt van winning tot gebruik. De keten start bij de productie van het gas door producenten zoals NAM. Handelaren, ook wel shippers genoemd, kopen dat gas in. Zij verkopen het gas onder meer aan industrieën, energiebedrijven, andere gashandelaren en financiële instellingen. Sommige kopers kopen het gas in voor eigen gebruik, andere verhandelen het gas verder of leveren het aan eindverbruikers. Voor het transport van het gas wordt de infrastructuur van (inter)nationale netwerkbedrijven en regionale netbeheerders gebruikt. 

Stakeholders zijn een waardevolle bron van informatie over wat de maatschappij van GasTerra verwacht. We hebben de volgende stakeholders geïdentificeerd:

Voor de stakeholderanalyse 2013 heeft GasTerra met 27 partijen gesproken, verdeeld over elf verschillende stakeholdergroepen. Tijdens deze gesprekken passeerden 21 onderwerpen de revue. Daarnaast konden de stakeholders zelf onderwerpen aandragen die ze van belang achtten voor GasTerra’s beleid. Hier werd geen gebruik van gemaakt. Op basis van de gesprekken heeft GasTerra aan elk onderwerp een score toegekend, die het belang van het thema aangeeft voor de stakeholder en GasTerra. Die input is gebruikt bij het opstellen van het jaarverslag 2014. Omdat GasTerra hierbij niet voorbij wilde gaan aan eventuele ontwikkelingen in 2014, heeft de onderneming de eigen relatiemanagers halverwege 2014 gevraagd of zij zich nog herkenden in de uitkomsten van de stakeholderdialoog 2013. Zij zijn immers regelmatig in gesprek met verschillende stakeholders. Er bleken weinig verschuivingen te zijn; deze keer kwamen een paar nieuwe onderwerpen naar voren. Zo noemden aandeelhouders het voorgenomen besluit dat het Kabinet op 17 januari 2014 nam omtrent de productie uit het Groningenveld als een belangrijk onderwerp. En in het kader van ketenverantwoordelijkheid en leveringszekerheid werden de aardbevingen in Groningen en de gespannen situatie in Rusland en Oekraïne ter sprake gebracht. 

Aan de hand van de resultaten van de stakeholderanalyse heeft GasTerra voor elk van de drie G’s (Gas, Groen en Groningen) de eerder geformuleerde doelstellingen aangescherpt. Deze doelstellingen zijn door een MVO-matrix gekoppeld aan zogeheten materiële zaken die stakeholders en GasTerra belangrijk vinden. Sinds 2013 neemt GasTerra de MVO-matrix en de bijbehorende activiteiten integraal op in het Business Plan. Hierdoor is er geen sprake meer van een separaat GasTerra- en MVO-beleid. Het monitoren van de voortgang van deze doelen wordt dan ook in de reguliere rapportagecyclus meegenomen. De geformuleerde doelstellingen per materieel onderwerp komen in de delen Gas, Groen en Groningen op deze website terug. 

MVO matrix

MVO matrix
  Materiële zaken Financiele resultaten / impact aardgasbaten Positie van gas Compliance Verantwoord ketenbeheer Educatie
  MVO hoofddoelstellingen          
Gas 1 Bijdragen aan aardgasbaten X        
Gas 2 Commercieel aantrekkelijke producten ontwikkelen X X      
Gas 3 Leveringszekerheid klanten borgen conform de normen in de markt en met wetgeving X   X X  
Gas 4 Bevorderen van gas als relevante brandstof in de energiemix van de toekomst X X      
Gas 5 Naleven van externe wet en regelgeving en interne gedragscodes en procedures     X    
             
Groen 1 Bevorderen van het doelmatig gebruik van gas   X      
Groen 2 Kennis verspreiden omtrent verduurzaming van de energievoorziening, voor een beter begrip van de rol van aardgas in de energietransitie   X     X
Groen 3 Het bevorderen van een duurzame bedrijfsvoering X X      
             
Groningen 1 Het vestigen van dé kennisbasis betreffende verduurzaming van de energievoorziening in Groningen   X     X
Groningen 2 GasTerra actief en zichtbaar laten participeren in de Groningse samenleving   X     X

Materiële onderwerpen

De stakeholderanalyse 2013 en de update in 2014 hebben samen met GasTerra’s visie tot de volgende materialiteitsmatrix geleid:

1. GasTerra's MVO-visie GasTerra vindt niet alleen de resultaten belangrijk, maar ook de context waarin deze tot stand komen. Op basis van die visie geeft de onderneming inhoud aan MVO.
2. Financiële resultaten GasTerra's kernactiviteit is de in- en verkoop van aardgas. GasTerra streeft ernaar de waarde van het Nederlandse aardgas te maximaliseren. Dit komt tot uiting in de afgesloten overeenkomsten met de klanten.
3. Aardgasbaten GasTerra levert een belangrijke economisch maatschappelijke bijdrage door de in- en verkoop van een groot deel van het in Nederland geproduceerde aardgas. De omvang van de aardgasbaten worden gepubliceerd door de overheid.
4. Energieprijsontwikkelingen Energieprijzen zijn een belangrijk maatschappelijk thema. Deze prijzen worden bepaald door de markt, belastingen en heffingen. GasTerra belevert voornamelijk de groothandelsmarkt die in Nederland bepaald wordt door TTF prijzen. De prijzen op TTF komen tot stand volgens het vraag en aanbod principe. Voor export contracten geldt dat contractprijzen veelal om de drie jaar heronderhandeld kunnen worden. De basis van zulke heronderhandelingen verschilt per contract.
5. Kolen-/gascompetitie Ondanks de huidige ontwikkelingen blijft aardgas de transitiebrandstof bij uitstek. De markt in Europa kiest momenteel vaak voor goedkopere kolen als brandstof om elektriciteit op te wekken. Gasgestookte centrales worden daardoor minimaal ingezet of soms zelfs helemaal afgeschakeld. Dat is uit het oogpunt van klimaatbeheersing onwenselijk, omdat bij de verbranding van kolen veel meer CO2 vrijkomt, waardoor het lastiger wordt de klimaatdoelstellingen te halen.
6. Positie van gas GasTerra zet zich in voor gas advocacy om zo de positie van gas te versterken ten opzichte van concurrerende brandstoffen en de rol van gas in het energietransitieproces te benadrukken.
7. Duurzame(re) producten GasTerra draagt actief bij aan de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening door het aanbieden van producten, aansluitend bij de behoeften van producenten, die ook duurzame energie leveren. Voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het verhandelen van groen gas.
8. Educatie (delen energiekennis) Kennis en educatie stellen de energiesector en de samenleving in staat om antwoorden te vinden op de huidige en toekomstige energievraagstukken. GasTerra ziet het als zijn plicht om deze kennis te helpen verbreden en verdiepen en om educatieve activiteiten op dit gebied te ondersteunen.
9. Efficiënte gastoepassingen GasTerra ondersteunt de ontwikkeling en marktintroductie van vernieuwende gastoepassingen. GasTerra draagt met kennis en financiële ondersteuning actief bij aan de ontwikkeling en introductie van nieuwe energietechnologieën. Voorbeelden zijn de brandstofcel en HRe-ketels. GasTerra is daarnaast, samen met de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij, betrokken bij veldtesten in Veenkoloniën, Heerhugowaard en op Ameland.
10. Leveringszekerheid (korte termijn) GasTerra neemt zijn verantwoordelijkheid dat zijn klanten binnen de contractuele grenzen op ieder moment in het jaar voldoende aardgas tot hun beschikking hebben.
11. Voorzieningszekerheid (lange termijn) GasTerra zorgt ervoor dat het aan zijn (langlopende) gasleveringsverplichtingen kan voldoen.
12. Interne bedrijfsvoering/compliance GasTerra neemt een belangrijke positie in op de gashandelsmarkt. De onderneming heeft een intern compliancebeleid waarbij zij er actief op toeziet dat alle medewerkers de mededingingsregels, zoals het kartelverbod en het verbod op misbruik van machtspositie, nauwgezet naleven en zich houden aan andere op GasTerra van toepassing zijnde regelgeving.
13. Transparantie GasTerra wil zo helder en open mogelijk communiceren over zijn activiteiten en managementdoelstellingen, zonder echter zijn commerciële en andere belangen (waaronder privacy) te schaden.
14. Personeel en organisatie GasTerra acht het belangrijk dat zijn medewerkers tevreden zijn over hun werkzaamheden en mogelijkheden. Zodoende wordt er regelmatig een medewerkerstevredenheidsonderzoek gehouden. GasTerra streeft naar een evenwichtige personeelsopbouw en een gelijke behandeling van iedere medewerker. GasTerra investeert in loopbaanontwikkeling. Persoonlijke gezondheid en veiligheid hebben bij GasTerra topprioriteit.
15. Sponsoring GasTerra heeft een uitgebreid sponsoringprogramma. Het grootste deel van GasTerra's bijdrage wordt besteed aan activiteiten en instellingen die een actieve rol in de regio Groningen spelen. Daarnaast draagt GasTerra door het delen van kennis en middelen bij aan de lokale gemeenschap.
16. Duurzaam inkopen / interne footprint GasTerra let bij offerteaanvragen niet alleen op prijs en kwaliteit, maar ook op de "MVO-score" van de potentiële leverancier. Afhankelijk van de offerteaanvraag worden er specifieke vragen over het MVO-beleid van de onderneming gesteld. GasTerra streeft ernaar de belasting op het milieu ten gevolge van zijn bedrijfsvoering zo laag mogelijk te houden door onder andere het stroom-, gas-, water- en papierverbruik zoveel mogelijk te beperken.
17. Footprint keten GasTerra heeft in het kader van het MVO-beleid onderzoek gedaan naar de 'footprint' van de gasinkopen. Hieruit kwam naar voren dat Nederlands gas volgens de hoogste internationale standaarden wordt gewonnen en over korte afstanden wordt getransporteerd. Derhalve heeft in Nederland gewonnen gas een lagere 'footprint' dan gas dat Europa uit andere landen importeert.
18. Verantwoord ketenbeheer upstream (onder andere schaliegas) GasTerra verhandelt aardgas. Voornamelijk Nederlands aardgas en daarnaast aardgas uit met name Noorwegen en Rusland. Onder ketenbeheer worden alle activiteiten verstaan van winning tot gebruik van aardgas. GasTerra is hierbij verantwoordelijk voor het handelsgedeelte. Productiebedrijven zijn verantwoordelijk voor de winning, netbeheerders voor transport en verbruikers voor het gebruik. De scheiding van verantwoordelijkheden in de keten worden contractueel bepaald en partijen kunnen elkaar alleen op het niet nakomen van contractuele verplichtingen wijzen. GasTerra onthoudt zich ervan om bijvoorbeeld politieke of maatschappelijke discussies in te brengen in de contractuele relaties die GasTerra heeft met zijn leveranciers maar ook met zijn klanten. Gezien de mogelijk grote economische waarde van schaliegas is GasTerra voorstander van gedegen onderzoek naar de mogelijkheden van de winning van schaliegas. Bij eventuele winning zijn maatschappelijk draagvlak en veilige winningstechnieken randvoorwaarden.
19. Verantwoord ketenbeheer downstream Onder verantwoord ketenbeheer downstream verstaat GasTerra het ondersteunen van klanten bij het oplossen van energievraagstukken.
20. HSE (Health, Safety, Environment) Persoonlijke gezondheid en veiligheid van medewerkers en dienstverleners hebben bij GasTerra topprioriteit.
21. MVO bankieren Banken spelen een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer en kunnen in hun rol als investeerder en productontwikkelaar een duurzame economie stimuleren. GasTerra zou in de keuze van een bank, als verstrekker van diensten aan GasTerra, een bank kunnen kiezen die een duurzame economie stimuleert.

In de matrix is het onderwerp MVO-bankieren in 2014 nog opgenomen. Het scoort echter zo laag, dat het in de stakeholderdialoog 2015 niet meer wordt besproken. Daarnaast is de Energy Academy Europe (EAE) samengevoegd met Educatie, omdat de EAE een onderwijsinstelling is. De materiële onderwerpen: financiële resultaten (2), positie van gas (6), compliance (12), verantwoord ketenbeheer upstream (18) en educatie (8) zijn in bovenstaande matrix in het wit aangegeven. Leveringszekerheid was in het jaarverslag 2013 één van de materiële onderwerpen, vanwege het belang dat onze stakeholders hechten aan het te allen tijde kunnen voldoen aan de gasvraag in Noordwest-Europa. De rol van GasTerra hierin is echter beperkt tot het nakomen van contractuele verplichtingen. Daarom heeft GasTerra ervoor gekozen om leveringszekerheid in het jaarverslag 2014 niet als materieel te benoemen. Het thema komt echter wel aan de orde in verband met de productiebeperking uit het Groningenveld en het conflict tussen Rusland en Oekraïne, respectievelijk bij de onderdelen Marktontwikkeling en Ketenbeheer.

Aan de hand van de materialiteitsmatrix heeft GasTerra vijf materiële onderwerpen benoemd binnen de pijlers Gas, Groen en Groningen. Materiële onderwerpen zijn onderwerpen die belangrijk zijn voor de onderneming en de stakeholders. De G4-richtlijnen schrijven voor dat organisaties materiële onderwerpen vaststellen op basis van de stakeholderanalyse, berichtgeving in de media en belangrijke interne onderwerpen. 

1. Financiële resultaten (pijler: Gas)

De financiële resultaten staan uiteraard centraal in het jaarverslag gezien onze kernactiviteit: het in- en verkopen van aardgas. Dit materiële onderwerp valt volledig binnen GasTerra’s verantwoordelijkheden. Belangrijk aandachtspunt in 2014 was waardemaximalisatie van het Nederlandse aardgas binnen het door de minister vastgestelde productieplafond voor het Groningenveld. Datzelfde gold voor de heronderhandeling van lange termijn in- en verkoopcontracten. In het onderdeel Gas staat onze aanpak in het licht van deze onderwerpen beschreven. 

2. Positie van gas (pijlers: Gas en Groen)

De wereld staat voor de uitdaging om de huidige energiemix, gebaseerd op fossiele brandstoffen, te veranderen in een energiemix op basis van duurzame bronnen. GasTerra en zijn stakeholders vinden het belangrijk om de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen zo goed mogelijk te laten verlopen en ziet hierbij een belangrijke rol voor aardgas weggelegd. Gezien de verschillende prijsniveaus geven producenten de voorkeur voor elektriciteitsopwekking met kolen ten nadele van gas. Verschillende Noordwest-Europese energiebedrijven schakelden al gasgestookte elektriciteitscentrales af of kondigden aan dit te gaan doen. Een zorgwekkende ontwikkeling die niet alleen wij constateren, maar die ook door diverse stakeholders wordt genoemd. Daarom is de positie van gas in dit jaarverslag als materieel onderwerp aangewezen. Binnen de waardeketen is het in ieders belang om de positie van gas in de energiemix te verbeteren, omdat gas de transitiebrandstof bij uitstek is. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid. GasTerra’s aanpak op dit gebied staat beschreven in het onderdeel Groen. Om het belang van gas in de energietransitie te benadrukken ontplooien we diverse initiatieven. De doelstelling was om in 2014 minimaal acht initiatieven rond energietransitie te ondersteunen. Deze doelstelling werd met meer dan tien initiatieven gehaald.

3. Compliance (pijler: Gas)

GasTerra wordt in toenemende mate geconfronteerd met regulering op nationaal en Europees niveau. Het is van groot belang dat GasTerra en zijn medewerkers deze wet- en regelgeving naleven. Dat vinden ook onze stakeholders. Daarom heeft GasTerra compliance als materieel onderwerp benoemd. Het naleven van wet- en regelgeving valt geheel binnen GasTerra’s verantwoordelijkheid. Om de naleving te borgen hebben we gedragsregels en –procedures opgesteld. Zo verplichten we onze medewerkers elk jaar een compliance-cursus te volgen. Deze doelstelling werd in 2014 gehaald. In het onderdeel Risicomanagement staat GasTerra’s compliance-aanpak beschreven. 

4. Verantwoord ketenbeheer upstream (pijlers: Gas en Groen)

Uit de update stakeholderdialoog 2013 bleek dat er bij stakeholders onduidelijkheid bestaat over GasTerra’s rol en invloed upstream, met name op de aardbevingsproblematiek en de inkoop van gas uit Rusland. De invloed van GasTerra op deze onderwerpen is zeer beperkt. NAM wint het gas uit het Groningenveld en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het conceptbesluit van het Kabinet omtrent de productiebeperking uit het veld. GasTerra is verantwoordelijk voor het verhandelen van dit gas. Door de intensieve samenwerking met NAM en door het continue monitoren van de verkopen in relatie tot de verwachtingen hebben we ervoor gezorgd dat de leveringszekerheid in de L-gasmarkt niet in gevaar is gekomen door de productiebeperkingen. Om meer inzicht in deze thematiek en de beperkte invloed van GasTerra te verschaffen, is ketenbeheer in dit jaarverslag als materieel onderwerp benoemd. GasTerra’s aanpak komt naar voren in het onderdeel Ketenbeheer

5. Educatie (pijlers: Groen en Groningen)

We staan voor grote uitdagingen om ook toekomstige generaties van voldoende, duurzaam opgewekte en betaalbare energie te voorzien. Het is van groot belang dat we hiervoor energieprofessionals opleiden, zo benadrukken ook GasTerra’s stakeholders. Daarom heeft GasTerra educatie als materieel onderwerp benoemd. GasTerra’s aanpak is terug te vinden bij het onderdeel Groen. Educatie is voor alle partijen in de waardeketen van groot belang. We zien dit als een gedeelde verantwoordelijkheid en geven hier invulling aan door het energievraagstuk bij scholieren en studenten onder de aandacht te brengen. Een van de doelstellingen in ons Business Plan 2014 was het aanbieden van studiepakketten aan ten minste vijf middelbare scholen in Noord-Nederland. Deze doelstelling werd gehaald. 

Toekomst

In 2014 heeft GasTerra het proces van stakeholderconsultatie gewijzigd. De onderneming besloot de stakeholders niet langer eens per jaar te consulteren over hun visie op GasTerra’s MVO-beleid. Sinds oktober 2014 wordt aan de hand van de drie G’s (Gas, Groen, Groningen) halfjaarlijks bij relatiemanagers van GasTerra geïnventariseerd welke onderwerpen voor stakeholders relevant zijn. Onze relatiemanagers zijn op dagelijkse basis in contact met onze stakeholders en weten wat er speelt. Dit sluit aan bij ons beleid om MVO integraal deel uit te laten maken van onze bedrijfsvoering. De resultaten van de nieuwe stakeholderanalyse gebruiken we bij het opstellen  van de bedrijfsdoelen voor 2015 en het jaarverslag 2015. 

Interview Robbert Slob, voorzitter OR

Interview Robbert Slob, voorzitter OR

Robbert Slob (33) is sinds drie jaar betrokken bij de OR; eerst als lid en sinds 2014 als voorzitter. Hij is in het bezit van een bachelor Economie en een master Operations & Supply Chain Management. Sinds 2005 is Robbert werkzaam bij GasTerra, waar hij als informatieanalist verantwoordelijk is voor de IT-architectuur. Waren de eerste jaren van zijn OR-lidmaatschap betrekkelijk rustig, dit veranderde in 2014 met belangrijke onderwerpen op de agenda zoals het reorganisatietraject GasTerra 2018.   

Lees het interview

Interview Robbert Slob, voorzitter OR

Ik hoop dat we de tijd krijgen om GasTerra futureproof te maken

Robbert Slob

Hoe ziet de ondernemingsraad van GasTerra eruit? 

‘De ondernemingsraad leeft bij GasTerra. We hebben in 2014 verkiezingen gehad, waarbij zeven medewerkers zijn gekozen. Ik vond het positief om te zien dat er meer kandidaten waren dan posities. Met de huidige zeven leden vertegenwoordigen we ruim 200 collega’s.’ 

De OR heeft een wettelijke taak bij de vorming van het beleid en bij het nemen van ingrijpende beslissingen. Kun je hier voorbeelden van geven uit het afgelopen jaar?

‘Een belangrijke wijziging is het aannamebeleid geweest. GasTerra signaleerde een probleem in het personeelsbestand. Veel medewerkers hebben een vast dienstverband en het uitstroompercentage is al jaren laag. Dit is positief omdat het betekent dat GasTerra een goede werkgever is. Keerzijde van de medaille is dat het de organisatie weinig flexibiliteit biedt. Nieuwe medewerkers worden bijna altijd op een contract voor bepaalde tijd aangenomen. Vroeger werd dit verlengd wanneer je goed functioneerde en vervolgens vaak omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Dat is nu veranderd. In 2014 hebben we als OR ingestemd met het voorstel om nieuwe medewerkers met een contract voor bepaalde tijd via payrolling in dienst te nemen. Hierbij besteedt GasTerra het formele werkgeverschap uit aan een externe partij, die de medewerker in dienst neemt. Het voordeel van payrolling is dat dit GasTerra de gewenste flexibiliteit biedt.’ 

Denk je niet dat cruciale kennis verloren gaat met dit beleid?

‘Daar heb je een belangrijk punt. Je investeert enkele jaren in iemand en vervolgens verlaat deze de organisatie. Maar wat vind je belangrijk als organisatie? Kennisbehoud? Dit vindt GasTerra belangrijk, maar niet het belangrijkste. Met dit beleid wil de onderneming juist starters een kans bieden om werkervaring op te doen.’ 

Wat vinden jullie als OR daarvan?

‘We begrijpen het dilemma van de werkgever, maar betreuren het voor de mensen die hier graag willen blijven. Zo zagen we dat medewerkers die zo’n twee jaar geleden zijn binnen gekomen, de overgang naar dit nieuwe beleid meemaakten, terwijl zij nog in de veronderstelling verkeerden een contract voor onbepaalde tijd te krijgen. Het roer is omgegaan. Medewerkers dachten: ‘als ik goed functioneer, krijg ik een vast contract.’ Dat is inmiddels niet meer zo. Bij dit nieuwe aannamebeleid heeft de OR echt gefocust op de noodzaak van open en transparante communicatie richting nieuwe medewerkers. Zo hebben we in het beleid op laten nemen dat zij zes maanden voor het eindigen van het contract te horen krijgen of het contract verlengd wordt of niet. Het is overigens nog steeds mogelijk dat GasTerra medewerkers een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, maar de kans hierop is niet zo groot.’ 

Een andere ontwikkeling die in het jaarverslag wordt genoemd, is het reorganisatietraject GasTerra 2018. De organisatie onderzoekt daarbij hoe GasTerra ook in de toekomst een (financieel) gezonde organisatie kan blijven. Welke rol speelt de OR in dit proces?

‘Het zijn onzekere tijden voor GasTerra’s medewerkers. De veranderende marktomstandigheden en de structurele vermindering van ons verkoopvolume dwingen de onderneming kritisch naar de organisatie te kijken. Hoe zorgen we ervoor dat we ook in de toekomst de waarde van het Nederlands aardgas kunnen maximaliseren? In 2014 is daarom GasTerra 2018 gestart met de vorming van een drietal werkgroepen die zich bezighouden met respectievelijk efficiency, commerciële processen en de organisatiestructuur en –bezetting. Een stuurgroep die bestaat uit directieleden besluit over de te nemen maatregelen. De OR is proactief betrokken bij dit proces en wil een formele adviesaanvraag van de bestuurder niet afwachten. Alle OR-leden nemen actief deel aan deze werkgroepen om op de hoogte te blijven en waar mogelijk invloed uit te oefenen. Daarnaast bespreek ik geregeld de voortgang met het hoofd Personeel en Organisatie. Zo volgen wij het proces op de voet. De resultaten van GasTerra 2018 worden in 2015 bekend gemaakt, waarna wij een formele adviesaanvraag verwachten.’ 

Wat vind jij – als OR-voorzitter – belangrijk in dit project?

‘Openheid, transparantie en een zorgvuldig proces. Ik zie dat veel medewerkers betrokken zijn bij dit project. Dat is een goede ontwikkeling. Vragen die we onder andere moeten beantwoorden zijn: Hoe blijven we concurrerend in de huidige, veranderende gasmarkt? Hoe komt de organisatie eruit te zien en, vervolgens, hoeveel mensen hebben we nog nodig? 

Ik hoop echt dat we de tijd krijgen om GasTerra futureproof te maken. Dat betekent anticiperen op de veranderende marktomstandigheden en eventuele negatieve ontwikkelingen ombuigen naar een positieve uitkomst. En dat niet alleen een economische kostenbatenanalyse wordt gemaakt, maar ook kwalitatieve criteria worden meegenomen in dit project. Bijvoorbeeld de rol die wij spelen op het gebied van energietransitie en groen gas. Commercieel gezien lijkt dit minder interessant, maar gezien onze ambitie om bij te dragen aan een verstandige energietransitie zou ik het zonde vinden wanneer we hier mee stoppen.’ 

De taak van de OR is tweeledig. Hij moet de algemene belangen van het personeel vertegenwoordigen, maar zich tegelijkertijd rekenschap geven van het belang van de onderneming. Wringt dit soms niet?

‘Ja, soms kan dit voor lastige situaties zorgen. Onze hoofddoelstelling is het belang van GasTerra vertegenwoordigen. Bij het project GasTerra 2018 hebben we daar vooral in het begin op gefocust: hoe zorg je ervoor dat dit reorganisatietraject op de juiste manier wordt opgezet. Inmiddels kennen we de eerste resultaten en verschuift het belang naar de belangenbehartiging van het personeel.’

Het thema van GasTerra’s jaarverslag is Energizing the future. Dit is de slogan van GasTerra die de visie vertegenwoordigt dat aardgas – en daarmee GasTerra – een belangrijke rol speelt en blijft spelen in de toekomst. Hoe kijkt de OR hier tegenaan?

‘De OR ziet het belang van gas als transitiebrandstof. We hebben veel waardering voor de inzet van GasTerra op dit gebied. Daarnaast is het natuurlijk zo dat GasTerra de komende jaren nog enorme hoeveelheden gas heeft te vermarkten. GasTerra-medewerkers beschikken over veel competenties en kunnen goed anticiperen op veranderende marktomstandigheden. Dit blijkt ook wel uit de manier waarop onze mensen mede uitvoering hebben gegeven aan het besluit van de minister om minder gas uit het Groningenveld te produceren. We zijn onder het productieplafond van 42,5 miljard m³ gebleven. Ook daarom past deze slogan goed bij GasTerra en waar we als onderneming voor staan.’

Wat zijn volgens jou de komende jaren de grootste uitdagingen voor GasTerra?

‘De grootste uitdaging is dat we op termijn minder gas kunnen verhandelen. De aanname is dat bij een kleinere gasportfolio een kleiner personeelsbestand hoort. Dat is één van de redenen dat we nu met GasTerra 2018 zijn gestart. We moeten anticiperen op deze veranderende omstandigheden. Ik ben ervan overtuigd dat we dit met een kleinere organisatie gaan doen. We staan nu voor de vraag hoe. Bepaalde afdelingen staan onder druk en ik hoop dat ons de tijd wordt gegund om dit af te wikkelen zoals we bij GasTerra gewend zijn. Daarnaast zien we dat het productieplafond  creativiteit vraagt van de medewerkers om onze missie “waardemaximalisatie van het Nederlands aardgas” uit te blijven voeren. Toch heb ik er alle vertrouwen in dat we dit met elkaar ook de komende jaren voor elkaar zullen krijgen. Dat GasTerra-medewerkers goed kunnen anticiperen, is het afgelopen jaar wel gebleken.’